Alle categorieën- Altijd up to date
- De beste prijzen
- Snelle levering
InloggenNieuw? Account aanmaken
Geen producten op verlanglijst...
Log in en voeg producten toe door op het icoon te klikken.
InloggenNieuw? Account aanmaken
Met een goed lichtplan voorkom je donkere hoeken, verblinding en “te fel” of “te kil” licht. In deze gids maak je in 5 stappen een praktisch lichtplan en krijg je per ruimte direct toepasbare tips (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer en werkplek).
Een sterk lichtplan combineert altijd drie lichtlagen:
• Basisverlichting (algemeen): plafonnière, panel, downlights, railsysteem.
• Taakverlichting (functioneel): boven aanrecht, bureau, leeshoek, spiegel.
• Sfeerverlichting (accent): wandlamp, indirect licht, spots op objecten.
Zo kun je elke ruimte schakelen tussen “gezellig” en “praktisch”, zonder dat het ooit onrustig wordt.
Woonkamer
Combineer een zachte basis (plafond/downlights) met leeslicht bij de bank en accent (wandlamp/indirect). Kies 2700–3000K en dimbaar voor sfeer.
Keuken
Zorg voor sterke taakverlichting boven het werkblad (onderkast/rail/spot) en aparte basisverlichting. 3000–3500K is vaak perfect; werkblad liever 3500–4000K.
Slaapkamer
Houd het rustig: warme lichtkleur (2700–3000K), indirecte sfeerverlichting en gericht leeslicht. Vermijd felle spotbundels recht in het zicht.
Badkamer
Combineer algemene verlichting met extra licht bij de spiegel. Kies 3500–4000K voor fris zicht. Let op IP-waarde rond douche/wasbak.
Werkplek
Kies functioneel licht (4000K) met voldoende lumen. Plaats licht zo dat je scherm niet reflecteert en kies armaturen met diffusers om verblinding te beperken.
Meer lichtpunten met lagere output geeft meestal een beter resultaat dan één felle lamp. Denk in zones en lichtlagen.
Niet verplicht, maar dimmen is de snelste manier om één ruimte geschikt te maken voor meerdere momenten (werken, eten, ontspannen).
Verhoog lumen (meer of sterkere lichtpunten), gebruik lichtere wand/reflecties, en voeg taaklicht toe op cruciale plekken.